Articles

Cochrane Stroke Group: ontwikkelingen en betekenis voor de klinische praktijk

TNN - jaargang 117, nummer 1, maart 2016

dr. P.J. Nederkoorn , prof. dr. A. Algra

Samenvatting

De Cochrane Collaboration is een internationale non-profitorganisatie met als doel het ondersteunen van wetenschappelijk onderbouwde beslissingen over interventies in de gezondheidszorg. Sinds de oprichting is de Collaboration enorm in omvang gegroeid en momenteel zijn er meer dan 50 ‘editorial groups’. Eén hiervan, de Cochrane Stroke Group (CSG), waarvan beide auteurs van dit artikel momenteel deel uitmaken, bestond in 2013 twintig jaar. Het feit dat de reviews veel geciteerd worden in nationale en internationale richtlijnen bewijst dat CSG-reviews over beroerte een belangrijke aantoonbare invloed hebben op de dagelijkse klinische praktijk. Voor de toekomst ligt de uitdaging in het bijgewerkt houden en prioriteren in het aanbod reviews, bij de groeiende hoeveelheid literatuur over behandelingen voor patiënten met een beroerte.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2016;117(1):32–35)

Lees verder

Intra-arteriële behandeling van het acute herseninfarct in Nederland voorafgaand aan de MR CLEAN-studie

TNN - jaargang 115, nummer 2, juni 2014

AA.D. Rozeman , dr. W.J. Schonewille , dr. M.J.H. Wermer , D.W.J. Dippel , dr. J. Boiten , prof. dr. A. Algra , voor de pre-studie MR CLEAN-studiegroep

Lees verder

Incidentie, kans op overlijden en herstel na een intracerebrale bloeding. Een meta-analyse met de nadruk op leeftijd, geslacht, etniciteit en veranderingen in de tijd

TNN - jaargang 114, nummer 1, maart 2013

C.J.J. van Asch , M.J.A. Luitse , prof. dr. G.J.E. Rinkel , I. van der Tweel , prof. dr. A. Algra , prof. dr. C.J.M. Klijn

Samenvatting

Door toepassing van beeldvormende technieken van de hersenen is het sinds de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw veel beter mogelijk om epidemiologisch onderzoek te doen naar het vóórkomen van intracerebrale bloedingen. Het doel van dit artikel is het onderzoeken van de incidentie, de kans op overlijden en het functionele herstel na een intracerebrale bloeding in relatie tot leeftijd, geslacht, etniciteit en veranderingen in de tijd sinds 1980. In PubMed en Embase werd met vooraf opgestelde selectiecriteria gezocht naar bevolkingsonderzoeken gepubliceerd tussen januari 1980 en november 2008. Incidentiedata werden samengevoegd in een zogenoemde ‘random-effects’ meta-analyse. Veranderingen in de kans op overlijden over de tijd werden onderzocht met een gewogen lineaire regressieanalyse. De geselecteerde 36 onderzoeken beschreven 44 tijdsperiodes (het middelste jaar van de onderzoeksperiode varieerde tussen 1983 en 2006), en 8.145 patiënten met een intracerebrale bloeding. De gemiddelde incidentie was 24,6 per 100.000 persoonsjaren (95%-betrouwbaarheidsinterval (BI) 19,7–30,7), bleef gelijk in de periode tussen 1980 en 2008, en was niet duidelijk lager bij vrouwen dan bij mannen (gemiddelde incidentieratio 0,85; 95%-BI 0,61–1,18). In vergelijking met de leeftijdsgroep tussen 45 en 54 jaar oud nam de incidentieratio toe van 0,10 (95%-BI 0,06–0,14) voor mensen jonger dan 45 jaar naar 9,6 (6,6–13,9) voor mensen ouder dan 85 jaar. De incidentie per 100.000 persoonsjaren was 24,2 (95%-BI 20,9–28,0) voor blanken; 22,9 (14,8–35,6) voor zwarten; 19,6 (15,7–24,5) voor latino’s en 51,8 (38,8–69,3) voor Aziaten. De mediane kans op overlijden was 40,4% na één maand (spreiding 13,1–61,0), nam niet af in de tijd en was lager in Japan (16,7%; 95%-BI 15,0–18,5) dan elders (42,3%, 40,9–43,6). In de zes studies die rapporteerden over functioneel herstel van overlevende patiënten, lag de kans op goed functioneel herstel van een intracerebrale bloeding tussen 12% en 39%. Concluderend neemt de incidentie van intracerebrale bloedingen toe met de leeftijd en is de kans op overlijden na een intracerebrale bloeding in Japan kleiner dan elders. De incidentie en de kans op overlijden zijn niet afgenomen tussen 1980 en 2006. Meer data over functioneel herstel na een intracerebrale bloeding zijn gewenst.
(Tijdschr Neurol Neurochir 2013;114:11-22)

Lees verder

Contactactivatie en arteriële trombose

TNN - jaargang 113, nummer 6, december 2012

drs. B. Siegerink , dr. J.W.P. Govers-Riemslag , prof. dr. F.R. Rosendaal , prof. dr. H. Ten Cate , prof. dr. A. Algra

Samenvatting

Achtergrond: Lang werd gedacht dat de intrinsieke stollingseiwitten geen grote rol speelden bij hemostase. Nieuw onderzoek wijst echter uit dat zij mogelijk betrokken zijn bij het ontstaan van arteriële trombose. Dit onderzoek heeft als doel te bepalen of verhoogde activering van deze eiwitten inderdaad een risicofactor is voor het optreden van een hart- of herseninfarct bij jonge vrouwen en of pilgebruik hierbij een versterkende factor is.

Methoden en resultaten: Het Risk of Arterial Thrombosis in relation to Oral contraceptivesstudie is een patiëntcontroleonderzoek onder jonge vrouwen (18–50 jaar) met een hartinfarct (n=205), herseninfarct (n=175) en 638 gezonde controles. De activatie van de intrinsieke stollingseiwitten werd gemeten via zogenoemde remmercomplexen. Deze complexen worden gevormd door de binding van de fysiologische C1-esteraseremmer die in overmaat voorkomt aan geactiveerde stollingseiwitten van het contactsysteem (FXIIa-C1-INH, FXIa-C1-INH, kallikreïne-C1-INH-complexen) in het lichaam. FXIa kan ook binden aan de antitrypsineremmer en vormt zo het FXIa-AT-INH-complex. We berekenden ‘odds ratio’s’ (OR) en de bijbehorende betrouwbaarheidsintervallen (95% BI) met logistische regressie als maat voor relatieve risico’s. Hoge activering van de stollingseiwitten (>90e percentiel van de controles) was geassocieerd met een verhoogd risico op herseninfarct: FXIIa-C1-INH (OR 2,1; 95% BI 1,3–3,5), FXIa-C1-INH (2,8; 1,6–4,7), FXIa-AT-INH (2,3; 1,4–4,0), kallikreïne-C1-INH (4,3; 2,6–7,2). Het risico op hartinfarct was niet duidelijk verhoogd; alleen hoge activering van kallikreïne-C1-INH gaf een matig verhoogd risico (1,5; 0,9–2,5). Deze effecten waren het sterkst bij vrouwen die orale anticonceptiva gebruikten.

Conclusies: Activering van intrinsieke stollingseiwitten is geassocieerd met herseninfarct en in beperkte mate met hartinfarct. Alhoewel dit risico sterk was verhoogd bij vrouwen die orale anticonceptiva gebruikten, lijkt het niet zinvol om hiervoor te screenen als middel ten behoeve van primaire dan wel secundaire preventie.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2012;113:270-78)

Lees verder