Articles

Het carpaletunnelsyndroom: hebben we diagnostiek en behandeling in de vingers?

TNN - jaargang 119, nummer 5, oktober 2018

W.A.C. Palmbergen , dr. C. Verhamme , T.W.H. Alleman , E. Verstraete , dr. K. Jellema , dr. W.I.M. Verhagen , prof. dr. L.H. Visser , dr. G.C.W. de Ruiter , prof. dr. D. van de Beek , dr. R. Beekman , Prof, dr. R.M.A. de Bie

SAMENVATTING

Het carpaletunnelsyndroom komt veel voor. Er zijn veel kennislacunes rondom het carpaletunnelsyndroom. Het ontbreken van voldoende wetenschappelijke onderbouwing voor keuzes bij diagnostiek en behandeling zorgt voor praktijkvariatie en ondoelmatige zorg. Dit artikel biedt een overzicht van belangrijke kennislacunes rondom het carpaletunnelsyndroom waarbij de nadruk ligt op praktijk gerelateerde onderwerpen.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(5):182–7)

Lees verder

Ingezonden brief

TNN - jaargang 119, nummer 3, juni 2018

I.P. Miah , D.C. Holl , prof. dr. W.C. Peul , prof. dr. C.M.F. Dirven , van Kooten , V. Volovici , K.H. Kho , H.M. den Hertog , H.F. Lingsma , dr. R. Dammers , dr. N.A. van der Gaag , dr. K. Jellema , namens de Dutch Chronic Subdural Hematoma Research Group (DSHR)

Lees verder

Obstructieve-slaapapneusyndroom: een onderbelichte en behandelbare risicofactor voor beroerte

TNN - jaargang 117, nummer 2, juni 2016

M.H. Schipper , dr. K. Jellema , dr. R.J. Schimsheimer , dr. R. Rijsman

Samenvatting

Het obstructieve-slaapapneusyndroom (OSAS) wordt gekenmerkt door het optreden van herhaaldelijke respiratoire events tijdens de slaap. De diagnose en indeling zijn gebaseerd op basis van de apneu/hypopneu-index (AHI) en slaperigheid overdag. Er is een hoge prevalentie (50–72%) bekend van OSAS bij patiënten die een beroerte of TIA doormaakten. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat OSAS een onafhankelijke risicofactor is voor een herseninfarct. Er zijn aanwijzingen dat behandeling van OSAS leidt tot een verlaging van het risico op hart- en vaatziekten. OSAS is een behandelbare aandoening. Herkennen van de aandoening leidt tot optimalisatie van het cardiovasculaire risicoprofiel van patiënten.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2016;117(2):48–54)

Lees verder

Richtlijn “Opvang van patiënten met licht traumatisch hoofd/hersenletsel”: voorstel tot tussentijdse aanpassing

TNN - jaargang 116, nummer 3, september 2015

R.A. van der Kruijk , dr. K. Jellema , dr. G. Hageman , drs. H.P. Bienfait

Samenvatting

De huidige richtlijn “Licht traumatisch hoofd/hersenletsel” maakt geen onderscheid tussen triviaal c.q. minor trauma en de overige traumata. In de praktijk blijkt dit tot overdiagnostiek te leiden. Op grond van het ongevalsmechanisme en de waargenomen letsels kan vaak worden gesteld dat het slechts om een triviaal trauma gaat. Voor patiënten uit deze categorie stellen wij een wijziging van de minor criteria voor. Met name de criteria “uitwendig letsel” en “val van elke hoogte” zouden afhankelijk kunnen worden gesteld van de ernst van het traumamechanisme. Verder wordt in de geldende richtlijn nog geen uitspraak gedaan over directe orale anticoagulentia en therapeutische heparines, clopidogrel, ticagrelor of combinaties van plaatjesremmers. Ons voorstel is om het gebruik van dit soort medicatie, net zoals nu voor conventionele antistolling geldt, als major criterium in het algoritme op te nemen. Verder observationeel onderzoek zal deze voorstellen moeten bekrachtigen/ onderbouwen.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2105;116(3):154-158)

Lees verder

Diagnostiek van liquorlekkage: De ‘halo’, feit of folklore?

TNN - jaargang 116, nummer 2, juni 2015

K.R.I.S. Dorresteijn , dr. I. Kuipers , dr. G. Ponjee , dr. K. Jellema

Samenvatting

In medische tekstboeken en literatuur over traumatologie wordt er anekdotisch geschreven over het gebruik van het ‘halofenomeen’ ter diagnostiek van liquorlekkage. De test is gestoeld op de theorie dat bloed waarin liquor vermengd is, op een filtreerpapier diffundeert waarbij de liquor verder migreert. Hierdoor ontstaat een lichte ring om de bloedvlek. Onderzoek naar het optreden van dit fenomeen is nauwelijks verricht. Dit artikel toont eigen data in combinatie met resultaten van eerder verschenen literatuur. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het halofenomeen zowel onvoldoende sensitief als onvoldoende specifiek is en het gebruik van de test verwezen kan worden naar het rijk der obsolete methodieken.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2015;116(2):113-117)

Lees verder

Het Percheron-infarct

TNN - jaargang 116, nummer 1, maart 2015

I.R. van den Wijngaard , dr. K. Jellema , dr. M.A.A. van Walderveen , dr. M.J.H. Wermer , dr. J. Boiten

Samenvatting

De arterie van Percheron is een anatomische variant in de posterieure circulatie waarbij de mediale thalamus beiderzijds van bloed wordt voorzien door één dominante paramediane arterie. Een occlusie van de arterie van Percheron kan leiden tot synchrone bilaterale thalamus-infarcten met of zonder betrokkenheid van het mesencephalon. Omdat dit type herseninfarct vaak gepaard gaat met een gedaald bewustzijn en er meestal geen afwijkingen worden gezien op een blanco CT-scan kan het moeilijk zijn om het Percheron infarct in de acute fase te herkennen. Een snellere herkenning in de acute fase kan er mogelijk toe leiden dat meer patiënten met trombolyse behandeld kunnen worden. Een occlusie van de arterie van Percheron resulteert in specifieke ischemische patronen waarbij er aanwijzingen zijn dat deze verschillende patronen van prognostische waarde zijn. Om dit te illustreren worden in dit artikel de klinische en radiologische kenmerken alsmede de behandeling en uitkomst bij zes patiënten met een Percheron-infarct beschreven.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2015;116:10-17)

Lees verder

Uw diagnose?

TNN - jaargang 116, nummer 1, maart 2015

M.J. Overdijk , R.E. Hagenbeek , dr. K. Jellema

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2015;116:57-60)

Lees verder
X